Wat de leennorm is en waarom elke aanbieder hem toepast
Een kredietverstrekker mag geen krediet verstrekken dat voor u onverantwoord is. Dat staat in de Wet op het financieel toezicht (art. 4:34) en is uitgewerkt in het Bgfo: boven € 250 is een BKR-toets verplicht (art. 114), boven € 1.000 moet de aanbieder uw financiële positie met documenten vaststellen (art. 113) en hij moet vaste acceptatiecriteria hanteren (art. 115).
Hoe die toets eruitziet, hebben de branches vastgelegd in de Gedragscode Consumptief Krediet van de VFN, voor financieringsmaatschappijen als Freo, Defam, Directa en Lender & Spender, en in de gelijknamige code van de NVB voor banken als ABN AMRO, ING en ASN Bank. De AFM beschouwt die codes als de minimumnorm voor verantwoorde kredietverlening. Beide gebruiken dezelfde methode: het Nibud berekent wat een huishouden minimaal nodig heeft, en alleen wat u daarboven overhoudt, mag naar de maandlast van een lening.
Daarom krijgt u bij verschillende aanbieders een vergelijkbaar maximum. Verschillen ontstaan door de eigen acceptatiecriteria: leeftijdsgrenzen, of een uitkering als inkomen telt, hoeveel jaar cijfers een zzp'er moet laten zien, en het bedrag waar de aanbieder begint en stopt.
Verantwoord lenen: zo werkt de leennorm → · Lening aanvragen: zo werkt het, stap voor stap →



