Wat verantwoord lenen wettelijk betekent
De kern staat in artikel 4:34 van de Wet op het financieel toezicht: een aanbieder van krediet wint vóór het sluiten van de overeenkomst informatie in over de financiële positie van de consument en beoordeelt of het krediet verantwoord is. Is dat niet zo, dan mag hij het krediet niet verstrekken: geen advies aan de klant, maar een verbod aan de aanbieder.
Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen werkt dat uit. Boven € 1.000 moet de aanbieder de informatie over uw financiële positie met documenten onderbouwen (art. 113); boven € 250 moet hij het stelsel van kredietregistratie raadplegen, in de praktijk BKR (art. 114); en hij moet vaste acceptatiecriteria vastleggen en toepassen (art. 115). Daarnaast geldt de algemene zorgplicht van artikel 4:24a Wft.
Wie toch een onverantwoord krediet krijgt, kan zich daarop beroepen: de rechter heeft in zaken over overkreditering kredietverstrekkers veroordeeld tot schadevergoeding of vermindering van de schuld, en de AFM kan boetes opleggen. Verantwoord lenen is daarmee in de eerste plaats een verplichting van de aanbieder; de leennorm is het instrument waarmee hij die nakomt.




